Kaarten lezen en schaal
Een kaart is een verkleinde tekening van de werkelijkheid. De schaal zegt hoeveel keer kleiner, zodat je echte afstanden kunt uitrekenen.
Onderwerpen
17 onderwerpen
Kaarten en schaal, windrichtingen, lengte- en breedtegraden, België en Europa.
Een kaart is een verkleinde tekening van de werkelijkheid. De schaal zegt hoeveel keer kleiner, zodat je echte afstanden kunt uitrekenen.
Met de acht windrichtingen en de graden van een kompas zeg je precies waar iets ligt: Antwerpen ligt ten noorden van Brussel, Namen ten zuidoosten.
Met de breedte (noord of zuid van de evenaar) en de lengte (oost of west van Greenwich) geef je elke plek op aarde een eigen adres.
België heeft drie gewesten en tien provincies, elk met een hoofdplaats. Grote rivieren zoals de Schelde en de Maas stromen door het land naar de Noordzee.
België ligt in West-Europa, tussen Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk. In Brussel werken belangrijke instellingen van de Europese Unie.
Dag en nacht, tijdzones, de seizoenen, weer en klimaat, en de klimaatzones.
De aarde draait in ongeveer 24 uur één keer rond, van west naar oost. De kant naar de zon heeft dag. Daarom tonen klokken elders een ander uur.
De aardas staat ongeveer 23,5° schuin. Daardoor helt elk halfrond beurtelings naar de zon toe en ervan weg: zomer en winter. De afstand tot de zon is niet de oorzaak.
Weer is de toestand van de lucht nu, klimaat het gemiddelde over ongeveer 30 jaar. Een klimaatgrafiek toont per maand de temperatuur als lijn en de neerslag als staven.
Hoe dichter bij de evenaar, hoe warmer, hoe dichter bij de pool, hoe kouder. Zo krijg je klimaatzones: tropisch, droog, gematigd, koud en polair. België ligt in de gematigde zone.
Hoogtelijnen, rivieren en de waterkringloop, de kust, vulkanen en aardbevingen.
Hoogtelijnen verbinden punten die even hoog liggen. Zo lees je op een platte kaart hoe hoog een heuvel is en waar het steil wordt.
Water verdampt, vormt wolken, valt als regen en stroomt via rivieren terug naar zee. Zo blijft het water altijd rondgaan.
Aan de Belgische kust stijgt en daalt de zee ongeveer twee keer per dag. Duinen en dijken beschermen het lage polderland erachter.
De korst van de aarde bestaat uit platen die langzaam bewegen. Waar ze uit elkaar gaan of botsen, ontstaan vulkanen, gebergten en aardbevingen.
Bevolking en steden, landbouw en voeding, mobiliteit en de zorg voor het klimaat.
Bevolkingsdichtheid is het aantal inwoners per km². In steden wonen veel mensen dicht op elkaar, op het platteland is er meer ruimte.
Elke Belgische streek heeft haar eigen landbouw, en elk seizoen zijn eigen oogst. Voedsel van dichtbij en van het seizoen legt minder kilometers af.
Hoe lang je onderweg bent, hangt af van de afstand en de snelheid. Te voet, met de fiets, bus, trein of auto: elke keuze heeft voor- en nadelen.
Broeikasgassen houden warmte bij de aarde. Door meer steenkool, olie en gas te verbranden wordt het gemiddeld warmer. Samen kunnen we daar veel aan doen.